Verantwoording

Door mij is, in het kader van historisch familie onderzoek, een boek geschreven over Louis Henri Somer. Dit mede dankzij de medewerking van mijn neef en nicht Aldo en Ilona Somer. Zij stelden mij krantenknipsels, foto's en dergelijke uit hun archief ter beschikking.
In onderstaand overzicht wordt een bescheiden deel uit dit geschrift gepresenteerd. Daarbij gaat het om een korte biografie, zijn overlijden en zijn composities.
Bij de composities is, wanneer aanwezig, enige informatie overgenomen over het desbetreffende stuk dan wel één van de vele recensies uit de krant.

Assen, oktober 2007.
© Somer

Louis Henri Somer 1901 - 1966, violist en componist

Korte biografie

foto Louis Somer werd geboren in het Wilhelmina ziekenhuis in Assen. Hij had slecht één long en de doktoren meenden dat Louis niet levensvatbaar was en adviseerden zijn ouders hem mee te nemen naar huis en daar te laten sterven. Grootmoeder Johanna Jacoba Barrelo dacht daar anders over. Louis had zulke heldere ogen, die zou niet sterven. En zo is het gebeurd. Louis zou een groot violist en componist worden.

Als kleine jongen ging hij met vader Gerke Somer mee om oom Hendrik te horen spelen op het orgel in de kerk van de Kapel aan de Oosterhoutstraat in Assen. Zijn tante, Louise Strating - Somer uit Gasselternijveen, had op haar zolder een viooltje liggen en dat was voor Louis bestemd. Zijn tante kwam daarvoor met de trein naar Assen en Louis was al heel vroeg op het station om zijn tante op te wachten. Hij kon er al direct op spelen.

Zijn eerste leraar was de heer Simons. Simons was onder-kapelmeester bij de stafmuziek van het garnizoen Assen. Ook was hij directeur van het orkestje "Symphonia". Al spoedig bleek dat Simons hem niets meer kon leren en moest er een andere leraar gezocht worden. Hij krijgt dan les van de heer Emil Clemens Schröner in Groningen , die concertmeester was van de Groninger Orkestvereniging (G. O. V.) en directeur van de Stedelijke muziekschool aldaar. Daar is hij gebleven tot 1917. Bij Clemens Schröner heeft hij alle vioolconcerten van de 19e eeuw gespeeld. Kreutzer, Rode, Viotti enz.

Hij reisde per trein en werd vaak gevraagd een stukje te spelen. Zo verdiende hij een aardig zakcentje. Het vioolspelen van Louis werd een bekende attractie in Assen. Als hij op zondagmiddag, met zijn vader aan de piano, speelde, zag het buiten al snel zwart van de mensen, die van dit concert genoten.

Vaak werd hij gevraagd om bij andere gelegenheden te spelen. Eén daarvan was het Christelijke Militaire Tehuis. In de volksmond had dit tehuis de bijnaam Vetsmelterij, omdat het er altijs zo vreselijk warm was.

Ook heeft hij meegewerkt aan het toneelstuk "Op Hoop van Zegen" van Heijermans. Daar komt een violist in voor en daarvoor werd Louis gevraagd. Naast de geldelijke beloning kreeg hij vrijkaarten. Zo was zijn broer Gerke een keer mee en op het meest dramatische moment dat Kniertje met een pannetje in haar handen op kwam en de woorden "de vis wordt duur betaald" uitsprak, barstte Gerke jr. (zijn broer) in een onbedaarlijke lach uit en werd de zaal uitgezet. Waarvoor Louis zich heel erg schaamde.


Ondertussen volgde Louis het gewone onderwijs. Na de lagere school deed hij met goed gevolg toelatingsexamen voor de eerste klas van de HBS te Assen. Hij heeft de HBS tot en met klas drie afgemaakt.

Op de HBS had hij les van de tekenleraar Krans. Krans was een niet onverdienstelijke schilder en een groot muziekliefhebber. Voor een goed cijfer voor tekenen speelde Louis bij Krans thuis in een ensemble dat Krans dirigeerde. Zij speelden daar walsjes en marsjes. Het enige wat Krans zei onder het dirigeren was: "piano heren".

Daarna doet hij met gunstig gevolg toelatingsexamen op dinsdag 4 september 1917 aan het Koninklijk Nederlands Conservatorium der Maatschappij tot bevordering der toonkunst te Amsterdam. Dat Louis naar Amsterdam ging vond Clemens Schröner maar niets. Met een zwaar accent zei hij tegen vader Gerke Somer: "Der Junge kan ja doch alles bei mei lernen und ein plats im orkest bekommen."

Op 15 september 1917 verhuist hij naar Amsterdam Keizersgracht 8. Aan het conservatorium te Amsterdam kreeg hij vioolonderwijs van Alexander Schmuller. Hier slaagt hij op 18 juni 1920 met de hoogste onderscheiding voor het theoretische eindexamen. 18 september 1921 slaagt hij voor het eindexamen viool.

Zijn cijfers waren: Hoofdvak viool 3½ (zeer goed); Algemeen Muziekleer 4 (uitmuntend); Harmonie 4 (uitmuntend); Muziekgeschiedenis 4 (uitmuntend; Pedagogie 4 (uitmuntend); Piano 4 (uitmuntend). De cijfers gaan van 0 tot en met 4.

Over zijn studententijd in Amsterdam is weinig bekend. Wel kon Louis prachtige verhalen vertellen over Schmuller. De lessen werden bij Schmuller thuis gegeven en daarbij had hij altijd een kamerjas aan. Hoe hij les gaf? Louis zei wel eens dat hij er niet zoveel geleerd had, maar hij speelde na 4 jaar wel zo goed dat hij een rijkstoelage kreeg voor studie in het buitenland.
Schmuller was iemand die het altijd beter wist. Louis liet bijvoorbeeld zijn bewondering voor de violist Fritz Kreisler blijken. Schmuller 's commentaar was dan: "Ist guter geiger aber er macht von dreck ein bonbon." Enz.

Opmerkelijk is ook dat Louis zei bang te zijn voor Willem Mengelberg. Hij vond hem een woeste man met rood haar. Of hij Mengelberg ook werkelijk ontmoet heeft is niet bekend. Het is echter tekenend dat, toen Schmuller tijdens de Mahler feesten in mei 1920 met zijn leerlingen meespeelde, Louis daar niet bij was. Mengelberg heeft zich overigens wel lovend uitgelaten over zijn compositie Passacaglia en Fuga.

Louis woont inmiddels in Bussum en vertrekt van hier op 20 september 1921 naar Assen. Uit Assen vertrekt hij op 12 oktober 1921 naar Duitsland - Keulen. Zijn vertrek naar Keulen hangt samen met een stipendium dat hij heeft gekregen. De Asser Courant meldt dit als volgt:
"We hebben meer dan eens melding gemaakt van de talenten van onze jeugdige stadgenoot, de heer Louis H. Somer. Hij heeft zich reeds met veel succes als violist laten horen. Thans is de heer Somer een Rijkssubsidie verleend van f 1500,00 ten behoeve van de voortzetting van zijn studiën in de muziek in het buitenland.

De heer Somer zal zijn studies in het vioolspel voortzetten te Keulen onder leiding van Prof. Bram Eldering , terwijl hij van Prof. Abendroth en Prof. Bölsche les zal krijgen in het dirigeren. Wij wensen onze stadgenoot een gelukkige verdere loopbaan als musicus toe."
Het bijzondere van de subsidieverlening is dat zij dit jaar slechts aan drie musici in de lande is gegeven. Het vorig jaar voldeed geen enkele kandidaat aan de gestelde eisen, die natuurlijk niet gering zijn.
Uit dertig kandidaten zijn er drie stipendia toegekend. Naast Louis Somer kregen ook de heren Maurice van IJzer, piano en compositie en L. Vleeschdrager piano een dergelijke beurs.

Notaris Epke van Mesdag in Assen was zeer belangstellend en vroeg aan zijn vader Gerke Somer of Louis een kans maakte op dit stipendium. Gerke zei dat hij daar geen enkele kans op maakte want daar moest je Tschaikowsky voorspelen en bovendien kwamen daar alleen de aller aller besten doorheen!

foto Over de studiejaren in Keulen is niet veel bekend. In deze periode is hij geopereerd aan zijn lymfeklieren in zijn nek. Na Keulen is er een verlovingsfoto met Cora Temme een onbekend meisje uit Coevorden. Mogelijk is hij in zijn Amsterdamse tijd verliefd op haar geworden. Foto links.

In 1924 krijgt Louis opnieuw een beurs nu om in Parijs te gaan studeren bij professor Lucien Capet. Ook over deze periode is wat de lessen aan het Conservatoir betreft niets bekend. Wel was hij lovend over de mooie stokvoering van zijn leraar. Hier heeft hij dan ook zijn prachtige streektechniek geleerd.

Na zijn studie in Parijs werd Louis op 24 jarige leeftijd in september 1925 eerste concertmeester van het Philharmonisch Orkest in Stuttgart dat onder leiding stond van Leo Blech. Daarvoor was hij leraar viool aan het conservatorium in Rotterdam. Onder de beroemde Blech speelde hij o.a. het beroemde vioolconcert van Beethoven. In de recensies van zijn optreden werd hij geroemd om zijn mooie stokvoering, gedegen techniek en warme toon.

Na het overlijden van zijn moeder verbleef Louis weer een tijdje in Assen. Hij remplaceerde bij de G.O.V. van 1926 tot 1927, waar Kor Kuiler dirigent was. Net als in Stuttgart sukkelde hij ook nu met zijn gezondheid.

In 1927 ging hij weer terug naar het westen van het land en ging in Bussum op kamers wonen aan de Zwarteweg. Hij begon daar les te geven en kreeg al spoedig leerlingen uit de gegoede klasse. Eén daarvan was mevrouw Moes. Zij ontpopte zich als een pleegmoeder voor hem. Ze was het die hem de Amati viool in bruikleen gaf. Vrienden in deze periode waren Hugo Godron, Ernst Mulder en de familie Beets.

In 1927 verhuisde Louis naar Zwarteweg 70 bij de familie Cup, een echtpaar met een dochter van 17 en een zoon van 12 jaar. In die tijd begon de TBC in zijn heup al op te spelen. Het lopen en fietsen ging steeds moeilijker. Na een paar maanden later door zijn been gezakt te zijn, zorgde dr. Bijermans er voor dat hij opgenomen werd in het ziekenhuis. Er werd een rekverband aangebracht maar omdat Louis te veel bleef bewegen werd er vanaf de oksel tot aan de voet een gipsverband aangelegd.

Een jaar bleef Louis letterlijk gekluisterd aan bed. Geen vioolspelen, een beetje tokkelen dat was alles. Zijn hospita verzorgde de was die door haar dochter Corine gehaald en gebracht werd. In het ziekenhuis begon de vrijage tussen Louis en Corine. Gelukkig kreeg hij veel bezoek en hij had ook een grammofoon bij zijn bed staan. Toen hij in 1928 uit het ziekenhuis ontslagen werd, moest hij opnieuw leren lopen. Als gevolg van dit alles heeft hij jarenlang met een wandelstok moeten lopen. Corine verzorgde hem helemaal en maakte ook zijn kamer schoon.

In 1931 werd Corine zwanger en op 20 januari 1932 zijn ze getrouwd. Hij kreeg een goede baan bij het KRO - orkest. Ze konden zich zelfs een autootje permitteren. In die tijd speelde Louis bijna wekelijks voor de radio. Op 15 juli 1932 werd Erwin geboren. En een jaar en een dag later Ilona. Ze woonden in Hilversum aan de Loosdrechtse weg. Na vier jaar bij de KRO gewerkt te hebben werd Louis ontslagen, omdat hij de grieven van de medeorkestleden bij het bestuur overbracht. Hij werd beschuldigd van communistische neigingen.

In 1935 zijn Louis en Corine een tijdje gaan inwonen bij vader en moeder Cup Het was crisistijd en vader Cup was ontslagen bij de firma Citroen een firma in pelterijen. Zo deelden ze samen de huur.

In die tijd kreeg Louis steeds meer leerlingen, die later ook vrienden zijn geworden. Andere vrienden waren onder meer Karel van der Meer, die zijn composities op fotografische wijze afdrukte, Reinier Bresser, Gerard Hengeveld met wie Louis trio speelde, George van Renesse en Max van Doorn een tandarts. Deze had als hobby de opera en heeft in die jaren een kameropera gezelschap opgericht, de voorloper van opera Forum in Enschede. Op 6 februari 1938 werd Aldo geboren.

Toen in 1940 de oorlog uitbrak leek het na de Nederlandse capitulatie nog mee te vallen. Louis speelde regelmatig voor de radio en was solist bij de Nederlandse orkesten. Gerard Hengeveld, George van Renesse en Theo van der Pas waren daarbij zijn begeleiders.
Met ingang van 1 september 1942 werd hij benoemd tot leraar voor het vioolspel aan de Nieuwe Muziekschool te Utrecht.
Toen het later allemaal moeilijker ging worden met de bezetting, werden er huisconcerten gegeven.
Tijdens de hongerwinter van 1945 liepen de spanningen in huize Somer hoog op. Corine heeft Louis toen weggestuurd. Op zijn fiets met anderhalve trapper is hij met zijn viool en wat andere bagage naar het Noorden gefietst. Assen was het einddoel want daar woonde zijn broer Hans (Johannes).

In februari 1945 gingen Erwin en Ilona als honger-evacués door bemiddeling van de kerk naar Midwolda. Zo bleven Corine en Aldo alleen achter.
Er gingen geruchten dat de brug over de IJssel bij Zwolle eind februari zou worden opgeblazen. Wilden Corine en Aldo nog naar het noorden vertrekken, dan zou dat snel moeten gebeuren.

Zij verbleven veel bij de ouders van Corine die vlak bij de Rijksweg van Amsterdam naar Zwolle woonden. Op een zondagmiddag ging de bel. Voor de deur stonden een paar Amsterdammers die nodig naar de WC moesten. Corine vroeg waar ze naar toe gingen. "Eten halen in het noorden". Corine had nog een brood en voor dat brood mochten Corine en Aldo met die wildvreemde mensen mee. Aldo als zevenjarig jongetje mocht op de handkar zitten.
Ze zijn lopend tot Zwolle gekomen en daarna via het Rode Kruis met vrachtauto 's, bus en trein naar Assen. In Assen was een bericht van Ilona gekomen dat ze in Midwolda zaten. Om het verhaal kort te houden de familie Somer werd daar weer verenigd.

Het hoofd van de school in Midwolda Wiebe Tromp kende Louis van zijn vele optredens voor de radio. Louis, Corine en Aldo gingen in het schoolmeesterhuis wonen. Erwin en Ilona bleven bij hun pleeggezinnen. Onnodig te zeggen dat de families Tromp en Somer goede vrienden werden.
In die tijd speelde Louis voor het eerst met Jacques Goudappel, pianist, die in Winschoten was neergestreken. Samen hebben ze vaak voor de radio gespeeld.

Door de goede connecties met de Groninger Orkest Vereniging en zijn dirigent Jan van Epenhuysen werd Louis gevraagd als solist voor het bevrijdingsconcert. Waarom het Militair gezag het vioolconcert van Tschaikowsky verbood te spelen is niet bekend. Het werd gewijzigd in het Beethoven concert. Echter driekwartier voor het begin van het concert werd het toch weer Tschaikowsky.
In de loop van de zomer van 1945 keerde de familie Somer terug naar Naarden. Louis kon concertmeester worden zowel in Utrecht als in Groningen. Het werd de G.O.V. per 1 januari 1946.

foto In september 1946 werd het Gronings strijkkwartet opgericht. Louis was de primarius met Chris Stoetzer 2e viool, Dick Blom altviool en Klaas Kueter cello. Met het kwartet werd veel opgetreden en was op Radio Noord vaak te beluisteren. Eén van de hoogtepunten van het kwartet was het uitvoeren van alle kwartetten van Beethoven.

De meeste van zijn composities zijn in die jaren ontstaan. Toen de familie Somer in 1948 aan het Paterswoldse meer gingen wonen was de rust daar een ideale inspiratie bron. Het Divertimento, het vioolconcert en zijn variaties over een lied van Richard Hol werden daar geschreven. Toen de Groninger studenten vereniging een groot lustrum vierde werd ter gelegenheid daarvan het Herdersspel Granida opgevoerd. De muziek was van Louis die ook het orkest en koor dirigeerde. Voor zijn scheppend werk werd hem in 1953 de Culturele prijs van de Provincie Groningen toegekend, die in 1954 werd uitgereikt.

In het begin van de vijftiger jaren (1953 of 1954) werd Louis nogal plotseling geopereerd in het Wilhelmina Gasthuis te Amsterdam. Hij had al een lange tijd weer last van zijn hals, die ontstoken was en vol met pus zat. De huisarts vond het niet verontrustend. Toen de in die tijd landelijk zeer bekende professor Boerema uit Amsterdam, na een zeiltochtje op het Paterswoldse meer, bij de familie Somer aan kwam meren vroeg Louis om eens naar zijn hals te kijken. Het was niet pluis en een paar weken later werd hij opgenomen. In Stuttgart was hij voor hetzelfde probleem ook al geopereerd. Daar de ingreep nogal drastisch moest gebeuren is er toen een belangrijke pees in zijn rechterschouder geraakt. Het gevolg was dat hij zijn rechterarm niet goed meer kon optillen. Dit resulteerde in een vervroegd uittreden in het voorjaar van 1959 bij de G.O.V.
Omdat hij in 1957 benoemd werd als vakleerkracht aan de vakopleiding van de Stedelijke Muziekschool kon hij zijn volle aandacht weiden aan zijn leerlingen. Zijn gezondheid ging in de zestiger jaren zeer snel achteruit. Na een paar fijne jaren in de bossen van Hattem gewoond te hebben, is Louis na een kort ziekbed op 6 augustus 1966 in het Academisch Ziekenhuis te Groningen overleden.

Zijn viool

Louis heeft na zijn studieviolen een Presenda viool gehad en bespeeld. Het was een wat onbekender Italiaans instrument uit begin 1800. In het begin van de dertigerjaren, toen hij zich in Bussum settelde kreeg hij van zijn leerlinge en mecenas mevrouw Moes een Amati in bruikleen. Vrij snel na de oorlog stierf mevrouw Moes en de nabestaanden hebben de Amati viool direct weer opgeëist. Van de ene dag op de andere dag zat Louis zonder viool. In de stad Groningen, waar hij woonde, was de vioolbouwer Piet Moolenaar als vioolmaker werkzaam. Die heeft in zeer korte tijd een viool gebouwd naar het model van Guisieppe Guaneri, Een kopie naar een viool van de beroemdste vioolbouwers na Stradivari.
Hij heeft er jaren op gespeeld. Er bleef toch echter de behoefte aan een echte Italiaanse viool. Een paar gefortuneerde dames en heren hebben in begin jaren vijftig geld ingezameld voor een viool voor Louis. Na lang zoeken vond hij bij de firma Max Möller in Amsterdam een Italiaanse viool uit de school van Petrus Guanerius Venedig.

Zijn overlijden

Uit Samenklank van september 1966.

In de nacht van 5 op 6 augustus 1966 is Louis Somer aan een ongeneeslijke ziekte, toch nog plotseling en onverwacht voor zijn vrienden, overleden. Hij werd op 10 augustus in zijn geboorteplaats Assen ter aarde besteld. Namens het hoofdbestuur der K. N. T. V. waren aanwezig Henk Gort, Paul Loewer, Peter Berman en ondergetekende, die, evenals Mevr. Thoden van Velsen, namens de vereniging, het woord voerde in de herdenkingsbijeenkomst, die in de kerk te Assen aan de begrafenis voorafging.

Alleen musici van mijn generatie weten nog welke verwachtingen wij in onze studietijd van Somer koesterden. Met zijn studiegenoten Eduard van Beinum, Sepha Jansen (later Mevrouw van Beinum) en Jan Bresser behoorde hij tot de begaafdste leerlingen van het Amsterdamse Conservatorium.

Als violist en als componist, leerling resp. van Alexander Schmuller en Bernard Zweers, wekte hij grote verwachtingen. Wanneer deze slechts ten dele in vervulling zijn gegaan is dit te wijten aan zijn bijzonder slechte gezondheid, die hem al spoedig langdurig staan of zitten in één houding onmogelijk of tot een marteling maakte. Als concertmeester respectievelijk van het symfonieorkest van de K. R. O., van het Radio Symfonieorkest van Stuttgart, en tenslotte van de Groningse Orkest Vereniging, mocht hij zeker op een eervolle staat van dienst terugzien, en de hem verleende cultuurprijs van de stad Groningen bewees dat zijn uitzonderlijke verdiensten niet miskend werden. Toch was deze loopbaan niet wat Somer zich ervan had voorgesteld en wat wij, zijn tijdgenoot studenten voor hem verwachtten.

Als bestuurslid van de afdeling Groningen der Koninklijke Nederlandse Toonkunstenaars Vereniging (K.N.T.V.) nam hij actief deel aan het verenigingsleven en op jaarvergaderingen en ronde tafel bijeenkomsten was hij een regelmatige gast.

Hij was een volbloed muzikant van de oude stempel, allround, temperamentvol, toegewijd en plichtsgetrouw, een violist met een prachtige warme toon, met inzicht en uitbeeldingsgave, hij was ook een belezen en ontwikkeld man, met een rijk innerlijk leven, die het met zichzelf niet gemakkelijk had. Het zijn leden als hij, die aan de K. N. T. V. haar betekenis verlenen.

K. Ph. Bernet Kempers, erevoorzitter.

LOUIS SOMER OVERLEDEN

In memoriam uit Samenklank september 1966

foto Op 6 augustus 1966 overleed in een ziekenhuis te Groningen, waar hij korte tijd verpleegd werd in verband met een keelziekte, op 65 -jarige leeftijd de violist en componist Louis Somer, die in de afdeling Groningen van de K. N. T. V een belangrijke plaats heeft ingenomen. Louis Somer was geen Groninger van geboorte - hij werd te Assen geboren, - doch hij ontving zijn eerste opleiding aan de Groninger Muziekschool. Daarna ging hij naar het Amsterdams Conservatorium, waar hij vioolles ontving van Alexander Schmuller. Hij voltooide zijn studie in het buitenland: te Keulen hij Bram Eldering, te Parijs hij Lucien Capet. Aan het begin van zijn carrière werd hij gehandicapt door een langdurige ziekte, doch hij heeft zich daar met een bewonderenswaardige geesteskracht overheen weten te zetten. Hij begon zijn concertmeesters praktijk aan de Philharmonie te Stuttgart en was als zodanig ook werkzaam hij de radio te Hilversum.

Door zijn zwakke gezondheid was het hem niet mogelijk, een blijvende solisten carrière op te bouwen, doch zowel hij het Concertgebouworkest als bij de andere Nederlandse orkesten is hij herhaalde malen als solist opgetreden, doch wel het meest bij de Groninger Orkest Vereniging (thans Noordelijk Filharmonisch Orkest), bij welk orkest hij in 1946 tot eerste concertmeester werd benoemd. Hij heeft deze functie vervuld tot 1958, toen hij zich te Hattem vestigde. Intussen bleef hij als hoofdleraar viool verbonden aan het Muzieklyceum, thans Conservatorium te Groningen.

Louis Somer was niet alleen een bijzonder begaafd violist, concertmeester en pedagoog, doch hij was ook componist. Als zodanig was hij, hoewel hij bij Bernard Zweers harmonieleer studeerde, hoofdzakelijk autodidact. Zijn eerste orkestwerk, Pan et les Nymphes, werd nog gedurende zijn studiejaren onder leiding van Kor Kuiler te Groningen uitgevoerd. Hij heeft later nog verscheidene orkestwerken geschreven, onder meer Passacaglia en Fuga 1941). Symfonische Muziek (1942), Ouverture Driekoningenavond (1946), Muziek bij Granida van P. C. Hooft (1947), Burleske voor piano en orkest (1947), Vioolconcert (1952), welk laatste werk hij zelf ten doop hield bij de G. 0. V. onder leiding van Jan van Epenhuysen. Voorts schreef hij verscheidene kamermuziekwerken, waarvan wij noemen: twee Strijkkwartetten (1935 en 1938), Cellosonate (1942), Pianotrio (1944) en Sonatines voor viool en piano en voor fluit en piano. Hij heeft ook speciaal ten behoeve van de jeugdconcerten een orkeststuk gecomponeerd. In 1954 werd aan Louis Somer de Culturele Prijs van de Provincie Groningen toegekend, voor zijn scheppend werk, en wel speciaal voor zij declamatorium "Novemberland" op tekst van Koos Schuur, waarin een beschrijving wordt gegeven van het Groninger landschap. Bij deze gelegenheid werd een aan zijn werk gewijd feestconcert gegeven. Louis Somer was een bezield kunstenaar, wiens geest steeds triomfeerde over zijn zwak lichaam.

Uit het Nieuwsblad van het Noorden 6 augustus 1966

Louis Somer, tot 1959 eerste concertmeester van de G. O. V. (thans NFO), is vannacht, 6 augustus 1966, vrij plotseling overleden. De heer Somer, die ook als componist bekendheid genoot, werd in 1901 in Assen geboren. Hij studeerde onder meer aan het Conservatorium in Amsterdam, bij prof. Eldering te Keulen en Lucien Capet in Parijs. Hij was eerste concertmeester van het Philharmonisch Orkest in Stuttgart (1925-1927) en radio-concertmeester in Hilversum (1930-1933). In 1946 kwam hij bij de G. O. V., waar hij in 1959 afscheid nam.
Louis Somer introduceerde Nederlandse muziek in Parijs, trad ook veel op als violist van kamermuziek en was solist bij de meeste Nederlandse orkesten, ook bij het Concertgebouworkest. Hij componeerde onder meer een vioolconcert, Passacaglia en Fuga, Divertimento Concertante, strijkkwartetten, een pianotrio en andere kamermuziek. In 1954 kreeg hij de culturele prijs van de provincie Groningen voor 1953.
De heer Somer, die vele jaren in Paterswolde woonde, verbleef de laatste jaren in Hattem. Hij was enkele maanden ziek en lag de laatste tien dagen in het Academisch Ziekenhuis in Groningen. Hoewel hij afgetreden was als concertmeester van de GOV, bleef hij leraar viool aan het Conservatorium (Muzieklyceum) te Groningen. Hij zou in juni examens afnemen, maar zijn ziekte verhinderde hem dit.

Honderdste geboortedag

Herdenking 100 jarige geboorte dag Louis Somer 13 mei 2001

foto Ilona Somer heeft het initiatief genomen om de honderdste geboortedag van haar vader Louis Somer, violist en componist, te gedenken.
Zo kwam het dat op 13 mei 2001 de echtgenote en de kinderen en kleinkinderen van Louis Somer samen met een aantal neven en nichten in Assen een Stadswandeling hebben gemaakt. Deze stadswandeling voerde ons langs de huizen van onze overgrootouders en grootouders. Na afloop bracht de familie nog een bezoek aan de Zuiderbegraafplaats in Assen ten einde bloemen bij het graf van Louis Somer te leggen.
In de Drentsche Courant Regio van 14 mei 2001 werd naar aanleiding van dit bezoek een artikel opgenomen met een foto. Hieronder het artikel in zijn geheel alsmede de foto van de kranslegging bij het graf Louis Somer.
Bij de foto: De familie legt een krans op het graf van componist en violist Louis Somer die honderd jaar geleden geboren werd in Assen. Achterkleinzoon Tim laat op zijn trompet horen dat de muzikaliteit nog niet verdwenen is uit de familie. Foto Harry Tielman.



Muziek Asser componist moet herleven

Van een onzer verslaggevers. ASSEN.

In zijn geboorteplaats Assen is gisteren componist en violist Louis Somer herdacht. Somer, die in 1966 overleed, was gisteren op de kop af honderd jaar geleden geboren. Zijn dochter Ilona en zoons Aldo en Erwin willen zijn muziek opnieuw onder de aandacht brengen. Alle manuscripten zijn door de familie beschikbaar gesteld aan het gemeentearchief in Groningen. Het Rijksarchief in Assen had geen belangstelling.

Concertmeester Louis Somer, een gewone Asser jongen, was zoon van een koperslager die ook het liefst muziek maakte. Hij ging naar het Amsterdams conservatorium en studeerde viool in Keulen en Parijs. In 1927 werd hij concertmeester in Stuttgart. Ook leidde hij enkele jaren het orkest van de katholieke radio omroep KRO. Als violist soleerde Louis Somer bij onder meer het Concertgebouworkest in Amsterdam en in het buitenland.

Vioolconcert Hij werd in 1946 concertmeester van de Groninger Orkest Vereniging GOV, de voorloper van het Noord-Nederlands Orkest. De GOV voerde meermalen werken van hem uit, waaronder een vioolconcert dat in 1952 in première ging met de componist als solist.
Louis Somer schreef naast orkestwerken ook kamermuziek. Zijn kinderen willen graag dat deze muziek weer gespeeld wordt.
Voor zijn declamatorium Novemberland voor strijkkwartet en spreekstem kreeg Somer in 1954 de culturele prijs van de provincie Groningen. Het stuk beschrijft het Gronings veenlandschap op een gedicht van Koos Schuur.

Stadswandeling vanwege de 100e geboortedag

Aan de Noordersingel 7 (toen Oostersingel A genoemd) begon mijn overgrootvader Jan Somer zijn koperslagerij. Hij kwam op 31 maart 1870 vanuit Zwolle waar hij als spoorwegbeambte heeft gewerkt naar Assen en kocht daar op 20 mei 1870 een pand aan de Oostersingel A voor een bedrag van f 1400,00.
Later begon mijn grootvader Gerke Somer in ditzelfde pand in 1901 zijn eigen koperslagersbedrijf. Let op de eerste auto op de foto iets voorbij deze auto, het witte pand, was Noordersingel 7. Klik op foto voor een vergroting.
foto

Links: Kerkstraat 8 Assen. Ook hier heeft mijn grootvader Gerke Somer een winkel en koperslagerij gehad. Midden: Vaart NZ 46 Assen. Dit is de winkel en daarachter lag de koperslagerij, werkplaats enz. van mijn grootvader Gerke Somer. Daarnaast een detailfoto van de Noordersingel 7. Klik op de fotos voor een vergroting.
Hij heeft in Assen op vele plaatsen gewoond te beginnen met Veenestraat A12; 1899 Gedempte Singel 6; april 1901 Noordersingel 7; 1 december 1903 Marktstraat 15; 1 augustus 1908 Kruisstraat 27; mei 1912 Kerkstraat 8 en tenslotte mei 1920 aan de Vaart NZ 44/46.
foto foto foto

Links: Marktstraat 15 Assen. Ook hier heeft mijn grootvader Gerke Somer een winkel en koperslagerij gehad. Rechts idem maar dan Kruisstraat 27. Uiterst rechts op de foto. Het pand is opgegaan in het warenhuis VanderVeen.
Klik op de foto voor een vergroting.
foto foto

Na de Noordersingel 7 verhuisde mijn overgrootvader Jan Somer naar de Nieuwe Huizen in Assen. Hij koopt dit pand in 1874 voor f 3154,00. Tot zijn dood in 1900 heeft hij daar zijn koperslagerij en winkel gehad. Daarna heeft zijn zoon Hendrik Somer de zaak eerst met zijn moeder en later alleen voortgezet. Klik op foto voor een vergroting.
foto

1) Uit het Nieuwsblad voor het Noorden van 17 april 1959.
2) Uit de Provinciaalse Drentsche en Asser Courant van 10 mei 1961.
3) Bron en datum onbekend.
4) Nieuwsblad voor het Noorden 17 april 1959.


Hier een verwijzing naar een site over beroemde graven. De link gaat naar de pagina van Louis Henri Somer.

Assen, november 2006
© Somer


Uitvoeringen composities

Scène de Pan et les Nymphes (1925-1926)

G. O. V. Concert.

foto Veel interessanter was de kennismaking met "Pan et les Nymphes" van Louis Somer. De eerste indruk was veel trillers en chromatische passages, direct begrijpelijke poëtische bedoelingen, frisse klankkleur bereikt door originele kijk op de diverse orkest instrumenten, uit ritmisch oogpunt rijk aan combinaties, invloed van de vroege Debussy (bijvoorbeeld van de Prélude à l' Après Midi d' un Faune" van 1892, waarin ook de fluit zo belangrijk is, maar de literaire intentie van Debussy - Mallarmé zijn subtieler). De temperamentuitbarstingen deden minder modern aan dan de meer dromerige lyrische gedeelten.
De waarschijnlijk achterna geschreven toelichting zouden we eenvoudiger wensen. Dat conflict van Apollinische en Dionysische schoonheid lijkt wat gemaakt. Wij persoonlijk zien in de wipneuzige, ruwbehaarde bokspoot Pan de goddelijke belager der naakte nimfen, een elementaire natuurkracht en dat filosofisch conflict lijkt daardoor wat ver gezocht. En de frisse muziek van de heer Somer is dat juist niet. We hopen dat Kor Kuiler een herhaling brengt en dat dit amusante stukje muziek deze merkwaardige poging om onder Debussy 's machtige greep uit te komen, niet de weg opgaat van de talloze noviteiten der laatste jaren die met veel moeite en onkosten voorbereid dan in eens of na een tweede keer vergeten worden.

Strijkkwartetten 1935 en 1938

Louis Somer 's strijkkwartet in fis klein bezorgde ons de kennismaking met de voortreffelijke violist Somer als componist. En laten wij er onmiddellijk aan toevoegen, dat de musicus zich hier, in dit uitnemend geschreven stuk muziek, uitspreekt als een kunstenaar van fijne instrumentale kleuren die een eigen weg zoekt en vindt, die in staat is ons deelgenoot te maken van zijn innerlijke belevenis naar de geest. Dit strijkkwartet verdient een plaats op het repertoire van onze ensembles op dit gebied.

Pastorale voor cello en piano (1938)

Onze hedendaagse literatuur vertoont een tekort aan kleinere voordrachtstukken en dit valt wel zeer te betreuren. Er is vraag naar degelijke genres en voor diverse instrumenten. Hier ligt een terrein braak, want met het publiceren van eenvoudig gehouden kleinere stukken, waarin het nieuwe met mate naar voren treedt, kunnen de banden tussen onze componisten, uitvoerenden en muzikale leken op doelmatige wijze versterkt worden.
De pastorale voor violoncel en piano van Louis Somer verrijkt het schaarse cello repertoire met een bekoorlijke melodie, welke uitnemend voor het instrument is geschreven en waarin voornaamheid van vinding en bewerking, ook van de piano partij, opvallen. Daniël Ruyneman.

Sonatine (1940)

SONATINE VOOR VIOOL EN PIANO. LOUIS SOMER. UITGAVE: BROEKMANS EN VAN POPPEL, AMSTERDAM.

Een bekoorlijk en fris werk deze sonatine en tevens uitnemend voor de beide instrumenten geschreven. Het gehele werk getuigt van de compositorische dispositie van deze violist - componist, wiens muzikale smaak eerder naar de klassieken, dan naar de modernen gericht is en in dit werk de gulden middenweg bewandelt.
De thematische structuur van het tweede deel, een allegretto tranquillo, vertoont verre verwantschap met Franck 's sonate voor viool en piano, echter niet in die mate, dat dit de zelfstandigheid van de muziek geweld aandoet. Te concluderen valt, dat deze bekoorlijke muziek in zijn beknopte vorm een aanwinst genoemd mag worden van het repertoire voor de vakman en de gevorderde dilettant en zeker niet op onze radio programma 's ontbreken mag. Daniël Ruyneman.

Passacaglia en fuga (1940)

Muziek in de Kurzaal te Scheveningen.

Naast de zangeres Maria Last bracht Van Epenhuysen verder een belangrijke noviteit van Louis Somer, een Passacaglia en Fuga. Onlangs trad Somer hier op als violist; van zijn composities hadden we echter nog niets gehoord. Hij blijkt ook als scheppend kunstenaar heel wat in zijn mars te hebben. Een markant breed geaard thema heeft hij met rijke zin voor variatie in de Passacaglia verwerkt. Organisch maakt het werk als geheel een uitstekende indruk en ook de instrumentatie klinkt natuurlijk en onopgesmukt. Tegen het slot van de fuga, gebouwd op een duidelijk aan het hoofdmotief ontleend thema dreigt even een geestelijke inzinking, doch het slot zelf brengt weer een verrassende kranige vondst.
De Rotterdammers hebben het boeiende werk met gloed gespeeld, zodat het ook in de uitvoering gunstig werd belicht. Het publiek toonde het werk zeer te waarderen en de componist, die dirigent en orkest op het podium kwam danken, werd met een flink applaus gehuldigd.

Symfonische muziek voor Orkest (1943)

Toelichting van Louis Somer.

Deze symfonische muziek is in de hoofd- of sonatevorm geschreven, behoudens dat tussen het eerste en tweede hoofdthema meerdere zelfstandige thema 's zijn verwerkt. Het stuk begint zonder enige inleiding met het hoofdthema (unisono van violen en alten met in het koper trapsgewijs stijgende akkoorden).
Na een inleiding van alten. celli en contrabassen (quasi recitativo) wordt het tweede thema door de klarinetten ingezet, met begeleiding van harp.
De doorwerking begint met een fugato van het hoofdthema in de strijkers dat later in de verbreding door trombones, hoorns en trompetten wordt voortgezet en leidt naar een "molto sostenuto" waarin het tweede thema ff door het hele orkest wordt verwerkt. De opwaartse kwartensprong waarmee het hoofdthema begint speelt in het stuk een grote rol. Na de reprise der verschillende thema 's volgt een code waarin een accelerando passage der trompetten leidt naar het slot.

Ouverture voor Shakespeare 's blijspel "Driekoningenavond" (1944-1945)

Toelichting van Louis Somer.

Ouverture voor "Drie koningenavond" van Shakespeare. In deze ouverture is getracht de atmosfeer van Shakespeare 's blijspel weer te geven. Enerzijds de onbekommerde overmoedige levensvreugde (die dikwijls aan het boertige grenst) van de figuren Jhr. Tobias en Jhr. Andries, de zotternijen van Malfolio, en anderzijds de dromerige zoetelijke verliefdheid van de hertog van Orsino. (2e thema ingezet door de celli). Het stuk is geschreven in 1944-1945.

Vijf voorspelen voor P. C. Hooft 's Granida (1947)

1647 is het sterfjaar van P. C. Hooft. In 1947 eren de Groninger studenten met een voorstelling van "Granida" de nagedachtenis van deze Nederlands fijnezinnigste dichter en grootse geschiedschrijver.
Voor deze opvoering componeerde Louis Somer vijf voorspelen. Aan het orkest dat onder zijn leiding staat werken onder meer mee leden der muziekgezelschappen "Kalma" en "Bragi". De reyen worden gezongen door het "Bragikoor".
Van dit herdersspel worden door de Groninger studenten een viertal uitvoeringen gegeven in het najaar van 1947, te weten een Galavoorstelling op dinsdag 18 oktober, een schoolvoorstelling op 31 oktober, een publiekvoorstelling op 31 oktober en een middagvoorstelling op 5 november.

Toelichtingen Louis Somer.

I.
Voor deze opvoeringen componeerde ik in overleg met de regisseur de voorspelen, enige liederen en de reyen. Omdat de zuiver instrumentale stukken niet gebonden zijn aan het gezongen of gesproken woord, zijn deze geschreven in een hedendaagse stijl, voorzover de beperkte orkestrale middelen die mij ten dienste stonden dat toelieten. Het voorspel voor het eerste deel heeft een pastoraal karakter, waarop de herderinnen een dans uitvoeren. Het voorspel voor het tweede deel, soli voor hobo en fluit, geeft de gevoelens weer van Granida en Daifilo na hun eerste ontmoeting. Het voorspel voor het derde deel schildert het op handen zijnde gevecht tussen Ostrobas en Tisiphernes en typeert de figuur van Ostrobas. Het voorspel voor het vierde deel geeft een beeld van de door de Voedster verzonnen ontvoering van Granida naar hemelse sferen. In het voorspel voor het vijfde deel wordt de wederverschijning van Ostrobas nog eens geïllustreerd en dit besluit met een wedergave van de gelukkige wending, die het drama tenslotte neemt.
Van de reyen worden vier gezongen en twee gedeclameerd. Hierin moest de muziek zich uit de aard der zaak aanpassen aan de tekst. Zo is bijvoorbeeld de muziek voor de rey "Lof goedertieren" een koraal met variaties en de gezongen "Rey der herderinnen" een Siciliano in oude stijl.

II.
Voor de opvoeringen door de Groningse studenten in 1947 componeerde ik voorspelen, reiën enz. Op verzoek heb ik de 5 voorspelen die voor een klein orkest waren geschreven, voor een normale orkestbezetting opnieuw geïnstrumenteerd. De voorspelen willen het volgende uitbeelden:
1. is een Pastorale,
2. geeft de gevoelens weer van Granida en Daifilo na hun eerste ontmoeting.
3. typeert het op handen zijnde gevecht tussen Ostrobas en Tisiphernes, en de angstige gevoelens van Granida omtrent het verloop hiervan.
4. geeft een beeld van de door de voedster verzonnen ontvoering van Granida naar hemelse sferen.
5. begint met een schildering van de verschijning van Ostrobas op zijn graf en besluit met een wedergave van de gelukkige wending die het drama tenslotte neemt (het huwelijk van Granida en Daifilo).

Hoofts "Granida". Van onze correspondent te Groningen.

Groninger studenten hebben in het kader der herdenking van P. C. Hooft de nagedachtenis van de dichter geëerd met een vertoning van het herdersspel "Granida", waarvan Dinsdagavond in de Stadsschouwburg de première is gegeven. Dank zij de regie van A. van der Vies is deze voorstelling een manifestatie van de Groningse studentenwereld geworden. Niet het minst was dit te danken aan de spelers, die zich met enthousiasme van hun niet lichte taak hebben gekweten. Décors en kostuums, ontworpen en vervaardigd onder leiding van Hans van Norden, waren uitstekend verzorgd. Hetzelfde dient gezegd te worden van de ingelaste balletten, ingestudeerd door Gretel van Bruggen.
Louis Somer, eerste concertmeester van de G. O. V., boekte opmerkelijke resultaten met de door hem gecomponeerde begeleidende muziek.
Het studentengenootschap Discendo Discimus, dat het initiatief tot deze voorstelling heeft genomen, bleek in alle opzichten een goede keus te hebben gedaan en de waardering is dan ook tot uitdrukking gebracht door een overvloedige bloemenhulde aan spelers en andere medewerkenden.
Niet slechts te Groningen doch ook plaatsen in de provincie hoopt men Hoofts herdersspel nog een aantal malen ten tonele te brengen.

Divertimento voor fluit, hobo, klarinet, harp en orkest (1948-1949)

Toelichting Louis Somer.

De benaming van dit werkje zegt reeds dat het geen andere pretentie heeft dan die welke Debussy uitdrukte met "faire plaisir".
Het is gedacht als kamermuziek en het wordt ook als zodanig (met kleine bezetting van het strijkorkest) uitgevoerd.
Het melodische materiaal is in hoofdzaak aan de drie concerterende blaasinstrumenten toevertrouwd die dit meestal afwisselend ten gehore brengen.

Concert voor viool en orkest in g kl. terts (1950-1951)

foto Dit concert werd in hoofdzaak geschreven in de zomer van 1950 en in Juni 1951 voltooid. De structuur wijkt, behoudens het ontbreken van de traditionele cadens voor het solo instrument in het eerste deel weinig af van de klassieke vormen Het eerste deel is in de hoofd- of sonatevorm geschreven Het solo instrument zet het hoofdthema na twee inleidende maten van het orkest (die in het stuk telkens terugkeren) in.
Het tweede thema wordt ook eerst door de solo viool voorgedragen maar door de houtblazers afwisselend voortgezet. De doorwerking brengt behalve de verwerking der verschillende thema 's der expositie, een episode waarin een nieuwe melodie, die eerst door de solo viool wordt gespeeld, daarna door de hobo (later ook klarinet en fluit) wordt voortgezet, dan door de solo viool omspeeld met een variatie van het hoofdthema. Na de reprise sluit het eerste deel af met een in tempo versnellend coda.
Het tweede deel Canzona is uit de aard der zaak in de liedvorm geschreven (A. B. A.). De hobo zet het stuk in, begeleid door alten en later violen con sordini. De solo viool herhaalt deze frase, enigszins gewijzigd, begeleid door klarinetten, strijkers en harp.
Het alternatief wordt door de fluit begonnen en voortgezet door de solo viool. De reprise van A wordt door de engelse hoorn en de celii gebracht, omspeeld door arabesken van de soloviool, pizzicati der andere strijkers en harp. In het coda neemt de soloviool de melodische lijn weer op.
Het Rondo, dat ingeleid wordt door twee cadensen van de soloviool omlijst door twee korte introducties van het orkest, is feitelijk een combinatie van Rondo- en hoofdvorm. In tegenstelling met het eerste en tweede deel, neemt het orkest behoudens in het fugatische tussenspel voor de cadens, in dit Rondo weinig deel aan de verwerking van het thematische materiaal, en is dit in hoofdzaak aan het solo instrument toevertrouwd.

Hol, voor jeugdconcerten: het lied is "In een blauw geruite kiel" (1954)

Dit stuk is geschreven in 1954 naar aanleiding van een opdracht van de Raad voor de Kunst der gemeente Groningen om een orkestwerk voor jeugdconcerten te componeren. Op het overbekende en gemakkelijk herkenbare thema zijn variaties geschreven waarin de instrumenten en groepen van het orkest beurtelings op de voorgrond treden. Ook het thematische materiaal van de Finale is aan het volkslied ontleend en wordt hierin contrapuntisch verwerkt. Mede omdat de muzikale vorming der jeugd de K. N. T. V. zeer ter harte gaat, is dit werk op het programma geplaatst.

GOV biedt verzamelde toonkunstenaars goed concert aan in de Harmonie.

In de grote Harmoniezaal was zaterdag het waarschijnlijk meest achtenswaardige en deskundige college van beroeps muziekbeoefenaars, dat hier te lande bij elkander kan worden gebracht, bijeen. Het hield zich met enthousiasme bezig met het zingen van het oude vaderlandse lied over de historische jongen in de beroemde blauw geruite kiel. Dit gebeurde na het concert, dat de GOV zaterdagavond in de Harmonie gaf ter gelegenheid van het congres van de Koninklijke Nederlandse Toonkunstenaarsvereniging, dat in Groningen werd gehouden en wel na de uitvoering van de compositie: Variaties en Finale op een volkslied van Richard Hol, van de hand van de vroegere concertmeester der GOV, de heer Louis Somer. Het werk werd in 1954 geschreven naar aanleiding van een opdracht van de Raad voor de Kunst der gemeente Groningen om een orkestwerk voor jeugdconcerten te componeren.
Wij hoorden het werk vroeger enkele keren, maar voor dit gezelschap was het waarschijnlijk nieuw. Het moet voor Louis Somer wel een buitengewone voldoening zijn geweest, dat zijn degelijk geesteskind hier zo geestdriftig werd ontvangen. Nu men het toch uit de kast gehaald heeft, zou het misschien aanbeveling verdienen, het in het volgende orkest seizoen nog eens hier en daar te gebruiken. P. J. H.(Krant en datum onbekend).


HOME