Brand in het Ringtheater Wenen 8 december 1881

foto Het Ringtheater in Wenen werd gebouwd in de periode 1873-1874 als tegenpool voor het keizerlijke hof-operatheater. Het werd in 1874 geopend als "Komische Oper", waar opera van het lichtere genre gespeeld werd. In het jaar 1878 verkreeg het de naam Ringtheater, toen het repertoire grondig gewijzigd werd, naar Duitse en Italiaanse opera, toneel en variété.
Op 8 december van het jaar 1881 brandde het Ringtheater geheel af, in de zogenaamde Ringtheater-brand: vlak voor een opvoering van "Hoffmanns Erzählungen" brak er een brand uit, die het hele theater volledig verwoestte en 386 dodelijke slachtoffers eiste. Als reactie hierop werd in 1882 een wet gemaakt, die de inrichting en brandveiligheid (ijzeren veiligheidswand, naar buiten toe openende deuren) van theatergebouwen betrof.

Hieronder volgt een krantenverslag uit december 1881. 1)

Omtrent den vreeselijken brand in het Ringtheater te Weenen worden de volgende bijzonderheden per telegraaf medegedeeld:
Donderdagavond tien minuten voor zeven brak de brand uit. Het theater was reeds tamelijk gevuld maar toch nog niet geheel vol. Een groot deel van het publiek stond nog in den foyer en in de kleedkamers. Een digte rij van wagens besloeg de Schottenring. In de zaal heerschte het gewone gestommel, dat aan iedere toneelvoorstelling pleegt vooraf te gaan. Men ging af en aan, zocht naar de zitplaatsen, men hoorde het klappen der banken. De loges waren nog tamelijk leeg, bijzonder die van den eersten rang. de "Vertellingen van Hoffmann" zouden voor de tweede maal gegeven worden. Een deel van de zangers en acteurs stond reeds op het tooneel gecostumeerd, een grooter aantal was in tusschen nog in de kleedkamers onder de handen van costumiers en kappers. De ouverture was nog niet begonnen.

Waar de brand ontstond laat zich niet bepaald zeggen. Waarschijnlijk zal men het nooit vernemen. Volgens den een moet eene vonk van eene galvanische machine et plafond in brand gestoken hebben, volgens den andere is ene werkman met een spiritus lamp de onvrijwillige oorzaak van de ramp. Een vonk van die lamp moet opgevlogen zijn en een plafond decoratie hebben aangestoken. De eerste veronderstelling is echter de meest waarschijnlijke.

De kapelmeester Hellmesberger, die op het toneel stond, was de eerste, die den brand zag. Hij had nauwelijks de tijd om te roepen; een oogenblik slechts en het touwwerk stond in vlam. Het net van hout, takelwerk en met olie doortrokken linnen had vuur gevat. In een oogenblik gloeit de vurige vlam over de hoofden van hen, die zich op het toneel bevinden. alles vliegt en rent door elkander.

Er ontstond eene wilde verwarring. men dringt naar de linkerzijde, waar de dameskleedkamers zich bevinden en waar een klein zijdeurtje in de Hobenstaufen-straat voert. Men had evenwel in het eerste oogenblik geen regte voorstelling van de grootte van het gevaar. Velen ijlden nog in de kleedkamers terug, om hun toebehoren te redden. Op dit oogenblik vloog het voorscherm, links in de hoogte. Het ontzaggelijke doek bolde zich op en wapperde als eene vlag naar de zaal in. Eene vurige tong vertoonde zich aan de buitenrand. De vlam was meester geworden. Het toneel en de ruimte voor de toeschouwers behoorde haar.

"Het Ring theater brandt! Het Ring theater brandt!", zoo ging plotseling het geroep van mond tot mond langs den Ring. Uit de koffijhuizen stormden de menschen te voorschijn en uit de zijstraten liep eene grote menigte toe. In een oogenblik was voor het schoone gebouw eene digte menschenmassa opeengehoopt, die als een lawine aanwies. Boven sloegen de vlammen reeds het dak uit. Daar verhief zich een gehuil, zooals Weenen nog nooit gehoord had, een gehuil, dat niet uit menschenkeelen scheen te komen en als een klaaggejammer naar den hemel opsteeg. Slechts menschen in den grootsten doodsangst konden zoo brullen. Op den jammertoon van binnen volgde een dergelijke van buiten en nu begon iets wat zich niet beschrijven laat. Van uit het gebouw drong men naar buiten. de massa op de Schotterring, de digte stroom van theater bezoekers en voorbijgangers drong naar binnen onder het voorportaal en de foyer. Een verwarde hoop ontstond, het was slechts dringen en schuiven. Vloeken en schreeuwen werd gehoord. Boven alles uit klonk het vreselijke gebrul van : "help! help!"

Thans verschenen er ook menschen aan de vensters van het theater, die op de Ring uitzien. De vlugtelingen aan de vensters gilden, en aan het schrikbarend gehuil, dat uit het binnenste van het gebouw kwam, voegden zij een schrillen wanklank toe. Steeds luider werd het geroep op straat, steeds digter de massa. aan een venster der eerste verdieping, dat op den Ring uitziet, stond de directeur Jauner. Hij riep! Wat? verstonden slechts weinigen. Hij maande tot kalmte aan: "niet dringen! alleen het voordoek brandt! Kalmte, niet dringen."
De stem stierf echter in het gebrul en gejammer weg.

Het vuur had binnen snel om zich heen gegrepen en de gasleiding bereikt. Plotseling ging het licht uit. In de gangen en corridoren, inde kleedkamers en ververschingslokalen, op de trappen woerd het diepe duistere nacht. Afgrijselijk licht bleef het echter in de zaal, waar de prooigierige vlammen wel is waar verschrikkelijk onheil stichtten, maar voor eenigen toch de weg tot redding aanwezen. Maar op de trappen, de noodlottige trappen. Zij waren in een oogenblik opgezocht, gevuld en verstopt. Men liep, stootte, drong, viel en die viel, voelde over zich een nieuwe verwarde hoop wegstormen. Er was geen redding. Er kon geen redding zijn, want wie kon een uitweg vinden in de duisternis? wie wilde staan blijven, waar alles door elkander stormde? Enkelen, die het eerste oogenblik snel waren opgesprongen, kwamen er door, hier en daar een krachtig man. Men zag enkelen op den Ring met zwartgebrande gezigten, met bloed overstroomd. Zij hadden hun leven bevochten op een roemloos slagtveld.
Vijftien lange minuten vergingen en nergens hulp, nergens ook slechts een toebereidsel om hulp te verleenen. Het onheil had zich te plotseling geopenbaard. Terwijl de vlammen reeds uit de dakvorst sloegen, was de Ringstraat nog niet eens afgezet.

Onophoudelijk kwamen er rijtuigen aan, opgesierde, feestelijk gekleede bezoekers brengende; zij reden op de menschenmenigte in, om het portaal te bereiken. De tramwagen naderden in sterker aantal. Zo hokte en stokte het steeds meer. De Ring was reeds daghelder verlicht. Rook en vlammen dwarrelden boven uit het dak, kaarsregt steeg de vuurzuil ten hemel, terwijl de wind vonken en brandende stukken hout enz. ver weg voerde. Thans klonk eindelijk het vurig verlangde geluid van de eerste ratelende brandspuit over den Ring. De brandweer had geen berigt ontvangen. Het electrische toestel had de dienst geweigerd. Het geweldig geschreeuw had echter de brandweer opmerkzaam gemaakt; als een loopend vuur had zich het berigt van mond tot mond voortgeplant.

Het schijnt, dat eerst deze mondelinge mededeeling de brandweer gealarmeerd heeft. Eindelijk was zij er, het was de hoogste tijd; reeds waren ook veiligheidsmannen in groot aantal verschenen, Eenige drongen vol moed in de gloeiende binnenruimte; zij werden daarbij door burgers ondersteund. terwijl de spuiten buiten dienst deden, slopen deze dapperen binnen door de gangen en zochten naar de kranen der waterleiding. Zij vonden hier en daar een ronddwalende, dien zij bij de schouder grepen en naar buiten trachtten te dringen. zoo ondoordringbaar was de duisternis, zoo inzwart, dat herhaaldelijk eenige redders tegen hun wil door hunnen eigen makkers werden naar buiten gebragt.

foto Het parterre en de loges waren intusschen naar verhouding snel leeg geworden; over de zetels klimmend en springend hadden de bezoekers, de buitenlucht bereikt.
Op de galerijen hield de dood echter vreselijk huis, bovenal op de vierde en op de linkerzijde van de derde galerij, waar eene deur in brand stond.
aan hen, die binnendrongen, vertoonde zich het ontzettende schouwspel. In rijen en hoopen over elkander gerold lagen dooden, mannen en vrouwen in de deuren en uitgangen ineengedrongen, dikwijls in zulk een verwarden hoop, dat er bijna geen ontwarren aan was.

herhaaldelijk sleepte men een doodenpaar naar buiten, man en vrouw, die zich krampachtig omarmd hielden. De brandende stukken vielen in de ruimte van de toeschouwers. Als vurige lont verteerden de met olie doortrokken decoratien op het toneel. De dapperen die naar binnen gedrongen waren, om te redden, moesten allen binnen eenige minuten half gestikt en bijna bewusteloos weder terug. Voor ieder mensch, dien men kon redden, viel bijna altijd een offer. Springdekens waren intusschen op de straten uitgespreid en men trachtte de bovenaan de vensters staanden tot naar beneden springen aan te zetten. Vrouwen waren het die het eerst daartoe overgingen, en vreeselijk was het om te zien hoe de een na de andere de sprong door de lucht maakte. Daarop volgden mannen en dan weder vrouwen. De brandweermannen echter drongen op spoed aan: "Snel springen." De een weigerde, de andere talmde. Een oude heer stond er op, dat eerst twee knapen naar beneden zouden springen. De een wilde echter niet en hangt zich met de handen aan het vensterkozijn. Men trapt hem op de vingers en hij valt kaarsregt naar beneden in een net. Op deze wijze werden vele personen gered. zij kwamen beneden als in een soes aan. Velen konden niet op hunne voeten staan en moesten gesteund worden.

In het digte menschengewoel verschijnen wonderlijke gestalten, naakte, halfnaakte en slecht even bekleede. Het zijn artisten. De één draagt niets dan een wit onderkleed en eene witte staartpruik, een tweede heeft niet eens zoveel aan. De dame, die de rol van student Nicolaas zou zingen, in een roodzijden studentencostuum, volgt een andere in het weelderigste nachtgewaad. De koffijhuizen in de nabijheid veranderen in kleedkamers en verwarmingslocoalen; het politiebureau in een hospitaal en ene lijkenhuis. Met versnelde pas rukt de infanterie aan, met de sabels in de hand, de officieren voorop; zoo wordt er ruimte rondom het noodlottige huis gemaakt. In breede golven worden de menschen teruggedrongen; zij staan als een bewogen zee met duizend hoofden, kop aan kop. alle vensters zijn digt bezet, op de balkons verdringt men elkander. Men verneemt een eigenaardig, niet et beschrijven en niet te stillen rumoer; men hoort commandowoorden en schetterende hoornsignalen.

Binnen in het gebouw is het stil geworden. De vlammen flikkerden echter nog omhoog. Van tijd tot tijd viel krakend een stuk plafond of van de galerijen in het parterre naar beneden, maar men hoorde geen menschelijke stem meer, behalve de korte woorden die van tijd tot tijd van de lippen van één der helden kwamen die binnengedrongen waren om tenminste de lijken naar buiten te brengen, daar zij de levenden niet konden redden.
Een groot aantal moest men laten liggen; zij vonden een vurig graf. Andere lijken droeg men naar et politiegebouw, waarheen men ook de gewonden had gebragt. Fakkeldragers ijlden heen en weer en vormde een afgrijselijke keten. Op de binnenplaats van het politiegebouw lagen de dooden op rijen; het was een veld van lijken. Het gezigt was ontzettend, de zich afspeelende toonelen hartverscheurend. Toen begon men de dooden in het algemeen ziekenhuis over te brengen.

Te twee uur 's nachts telde men 150 dooden en nog altijd droegen de mannen nog meer lijken aan; thans slechts de verkoolde overblijfselen van menschen, drie of vier op een baar. Tot nu toe (9 uur 's morgens) zijn weinig lijken herkend; voorloopig alleen die van inwoners van Weenen. Men vreest dat er over de 200 menschen zijn omgekomen.

Gistermorgen te negen uur brandde het gebouw nog en zal nog wel eenige dagen voortgloeien.
Te twaalf uur gisterenmiddag werd berigt, dat er nog steeds verkoolde overblijfselen van menschen uit het verbrande theater worden gedragen. waarschijnlijk zullen er over de 300 menschen zijn omgekomen. Gistervoormiddag alleen werden vijftig lijken gevonden.

Particuliere telegrammen uit Weenen aan de Nieuwe Rotterdamche Courantt melden:
Weenen, 9 dec. Omtrent den brand in het Ringtheater verneem ik de volgende bijzonderheden: Reeds ten 6¾ uur was de schouwburgzaal stampvol.
Tien minuten voor 7 uur zouden de lichten bij het scherm worden aangestoken, doch waarschijnlijk was er toen al te veel gas uit de openingen ontsnapt; althans plotseling vertoonden zich geweldige vlammen. De hoofdkraan werd snel afgedraaid, zoodat er eene volslagen duisternis heerschte. de veiligheidsolielampen brandden niet.

De verwarring was vreeselijk. Velen sprongen uit de vensters en een twintigtal van hen, die op de straatsteenen teregt kwamen, braken armen of beenen, en sommigen den nek.

Vijf minuten voor 7 rukte de brandweer aan met brandzeilen, ladders enz. Binnen weinige minuten werden nu vele honderden gered. Middelwijl greep het vuur met groote snelheid om zich heen. Er heerschte in het gebouw een verstikkende walm.

Ondanks het doorzijpelen van de sneeuw, was het vuur niet tegen te gaan. Om half acht waren het tooneel en het plafond doorgebrand en stortte dit alles in elkander. Om in het binnenste van het gebouw door te dringen moest men eerst de dooden uit den weg ruimen.

Van de tooneelspelers zijn slechts enkele koristen omgekomen. Overigens telde men reeds om middernacht 210 dooden, en voortduren werden er nog verkoolde lijken gevonden. Ook vond men veele afgerukte lichaamsdeelen.

De kassier is mede verbrand, en met hem al dien avond ontvangen geld, zoomede de gehele garderobe. Niets kon worden gered.

Om 10 uur stond het gebouw nog in lichte laaie vlam. De brandweer moest hare werkzaamheden bepalen bij het beschermen van de naburige huizen. het gebouw van het Huis van Afgevaardigden, dat mede gevaar liep, werd gered.

Redding uit het brandende gebouw was alleen in de allereerste minuten mogelijk. Men had zelfs geen tijd om het ijzeren scherm neer te laten.
Garderobe, meubilair, toestellen, niets was verzekerd. Van de bibliotheek is ene klein deel gered. De schade is ontzettend groot.
hedenochtend stonden alleen nog maar de buitenmuren ban het schouwburggebouw, en was daarbinnen alles nog aan het branden.
de directeur Jauner viel bewusteloos voor de schouwburg neer en werd bij de Zweedse gezant ingebragt.
De lijkenzaal in het ziekenhuis biedt geen ruimte genoeg aan voor het bergen van de dooden; zelfs de gangen in het gebouw zijn overvol. Ook in het hoofdbureau van de politie liggen lijken.
De geheele stad vertoont een hartverscheurend beeld van vreeselijk gejammer.

Tweede telegram

foto Het getal omgekomenen is helaas nog veel grooter dan uit de vorige berichten kon worden opgemaakt Er zijn thans meer dan 300 lijken gevonden. Alleen in een hoek van de schouwburg vond men bijna 40 personen die gestikt waren. Het is zelfs mogelijk dat het verlies 500 personen bedraagt of dat cijfer nog te boven gaat, daar er bij de politie ongeveer 600 personen als vermist zijn aangegeven.
Onder de tot hiertoe bekende dooden bevindt zich geen enkele vreemdeling. alle klassen der bevolking zijn onder de verbranden vertegenwoordigd; de meesten echter behooren tot de lagere volksklasse, en velen zijn er onder van jeugdigen leeftijd. Stellig wordt verzekerd, dat er alleen 600 biljetten voor de vierde galerij waren uitgegeven, en dat van al die personen slechts een vijfde gedeelte gered is.
De stemming der geheele bevolking is zwaar gedrukt. Op de voorbeurs en op de beurs was nagenoeg geen verkeer; de meeste bureaus zijn gesloten, omdat velen bij de treurige gebeurtenis betrokken zijn.

Overal worden met goed gevolg inzamelingen gehouden voor de nagelaten betrekkingen der slagtoffers en voor het broodeloos geworden personeel van den schouwburg. de ellende is echter zoo groot, dat ook een beroep zal moeten worden gedaan op hulp uit het buitenland.

De Keizer, door graaf Taaffe per telegraaf van de ramp onderrigt, stelde als eerste bijdrage een som van 5000 florijnen beschikbaar.
Er worden vele klachten geuit over nalatigheid van de zijde der directie, der brandweer en der politie, en die klagten hebben aanleiding gegeven tot een oogenblikkelijk en gestreng onderzoek.

Wegens het gevaar voor instorten moest het bevel gegeven worden om de muren terstond af te breken.
Het theater, dat eigendom is van het fonds voor de uitbreiding der stad, zal niet weder opgebouwd worden, maar vervangen worden door een huurhuis.

In het algemeen ziekenhuis liggen in de gangen de nog niet herkende lijken met den rug op planken; de lijken die herkend zijn, bevinden zich in vertrekken, waartoe niemand toegang heeft dan de commissie, belast met het onderzoek naar de identiteit der personen.
De aanblik van de corridors is afgrijselijk. Ik telde er 61 mannelijke lijken; een 16 tal is zoo verbrand, dat ze onkenbaar zijn; vele anderen zijn, klaarblijkelijk in een wanhopigen strijd met elkander om uit het brandende gebouw te geraken op een gruwelijke wijze verminkt. Bij sommigen waren ledematen afgerukt, bij anderen het vleesch van de beenderen gescheurd.

Terwijl ik mij daar bevond, bragt een lijkwagen ongeveer 15 nieuwe lijken aan of juister gezegd een aantal stukken van menschelijke ligchamen, aan een 15 tal personen behoord hebbende, alles verkoold en verbrand.
De koristen, die omgekomen zijn, schijnen meestal door de rook gestikt te zijn.
de smart der ongelukkige familiebetrekkingen, die gekomen zijn om de lijken hunner verwanten op ter zoeken, is hartverscheurend. Onmogelijk daarvan eene beschrijving te geven.
Ongeveer 90 lijken waren tot 's namiddags 2 uur herkend. Het hospitaal wordt door driedubbel gelederen van militairen afgezet, daar de aandrang van het publiek aan een stortvloed gelijk is, waardoor het werk der uitwijzing van de identiteit der lijken belemmerd wordt.

Volgens verklaring van den machinist van de schouwburg is de brand hierdoor ontstaan, dat bij het aansteken van het licht door middel van ene electrische stroom de decoratie in brand geraakte, en wegens het plotseling ontstaan van een zee van vlammen kon men het ijzeren gordijn, dat in geval van brand het tooneel van de zaal moet afsluiten, niet laten zakken.

1) Provinciale Drentse en Asser Courant van 12 december 1881.


HOME